Jacht- en Natuurverhalen van E. Karst jr.
Dit boek is uitgegeven door Stichting ‘De Spiker’ ter gelegenheid van de tentoonstelling
over het leven en het werk van de Schoonebeker schrijver E. Karst jr. (1900-
1960), die van 31 mei 2008 tot en met 4 juli 2008 werd gehouden.

Dit boek is uitgegeven door Stichting ‘De Spiker’ ter gelegenheid van de tentoonstelling over het leven en het werk van de Schoonebeker schrijver E. Karst jr. (1900-1960), die van 31 mei 2008 tot en met 4 juli 2008 werd gehouden.

Klik hier om het boek te bekijken.

Hier onder een stuk uit het boek:

Egbertus Karst (1900-1960):
‘De Drentse Löns’1

In vele talen zijn verhalen geschreven over de natuur en het dierenleven. In het Duits werd dat gedaan door Hermann Löns (1866-1914, pseudoniemen Ulenspeigel en Fritz von der Leine), die beschouwd wordt als ‘Vater der deutschen Tiergeschichte’. Zijn geliefde Lüneburger Heide was meestal de plaats van handeling. Bekend in Nederland werd vooral de Amerikaanse auteur Jack London (1876-1916), die geboeid was door het barre Alaska en een belangrijk deel van zijn (dieren)romans daar situeerde. Erg geliefd in literaire kringen werden de jachtverhalen van de Russische schrijver Iwan Sergejewitsj Toergenjew (1818-1883) die in 1852 verzameld werden onder de titel Jagersverhalen.

Ook de Drentse literatuur kent dierenverhalen; bekend werden J.W. Borgesius (1883-1969) en H.J. Stevens (193-1973). Een auteur die dit genre met groot succes beoefende was – de inmiddels vergeten – Egbertus Karst, die zijn hele leven in Schoonebeek woonde. Door de invloed van zijn vader, die veldwachter was, ontwikkelde Karst al vroeg een voorkeur voor het leven in de vrije natuur. Dikwijls gingen ze samen door het veld. Egbertus werd een vrijbuiter die de schoolbanken snel wilde verlaten. Op dertienjarige leeftijd werd hij jongste bediende op de secretarie. Door zelfstudie en diverse cursussen klom hij op tot administrateur van gemeentewerken en werd hij zelfs loco-gemeentesecretaris. Behalve ambtenaar was hij geruime tijd kassier van de Boerenleenbank, waarvoor hij in de avonduren zitting hield.
Karst was een hartstochtelijk jager. Hij was voorzitter van de Schoonebeker jagersvereniging en werd dikwijls uitgenodigd voor jachtpartijen in het graafschap Bentheim.